|
Het klootschieten is een eeuwenoude nederlandse sport waarvan de geschiedenis teruggaat tot in de 14e eeuw. Na ups en downs door de eeuwen heen heeft dit folklorischtische schouwspel zich tot een echte sport ontwikkeld, die tegenwoordig vooral vanuit Twente en de Achterhoek steeds meer aan populariteit wint. De geschiedenis van dit 'aole' spel vind je in uitgebreidere vorm op de site van de Nederlandse Klootschieters Bond.
Bij
het klootschieten gaat het erom, met zo min mogelijk worpen van een zware bal (de 'kloot') een bepaald
parcours af te leggen. Het gaat bij dit spel om behendigheid en spierkracht. Maar hier op de camping gaat
het er vooral om, gezellig met elkaar wat in beweging te zijn. Onderweg zorgen de teams dus ook voor de
inwendige mens bijvoorbeeld met een klotebittertje of een lekker biertje.
Hieronder vindt u wat informatie over het klootschieten, maar u kunt natuurlijk ook eens op deze site kijken: "Klootschieten voor dummies".
Kloot
De kloot is een houten of kunststof bal, verzwaard met lood. Tegen een kleine vergoeding kunt u bij ons de kloten huren om een wedstrijdje te gaan spelen.
Techniek
De
kloot wordt onderhands geworpen, waarbij de arm een zwaai van ongeveer 180° maakt. De worp geschiedt bij
voorkeur vanuit een aanloop.
Teams
Hier op de camping worden wedstrijden tussen twee of drie teams van elk zo'n vier tot acht spelers gespeeld. Er is geen echte competitie, maar de campinggasten vormen op eigen initiatief hun teams om een wedstrijd te gaan spelen.
Parcours
Start en finish zijn op de camping. Het parcours is ongeveer 2km lang en volgt een klein landweggetje rondom de camping. Deze makkelijke wandelroute wordt in een gemoedelijk tempo afgelegd, zodat iedereen eraan deel kan nemen.
Winnaar
De winnaar van een wedstrijd is de ploeg met het minste aantal schoten. Bij een gelijk aantal schoten wint de ploeg met het meeste aantal meters over de finish-lijn.
Kleding
Gemakkelijk zittende kleding met goede schoenen.
| Spelregels |
| 1. |
De teamleden schieten om de beurt. Door hard en zuiver te gooien trachten zij de kloot
zover mogelijk over het parcours te laten rollen. Op de plaats waar de kloot stil blijft liggen, schiet
de volgende teamgenoot. Om ongelukken te voorkomen, moeten de spelers goed opletten. Degene die wil schieten
waarschuwt de anderen met een roep. Vanzelfsprekend kijkt iedereen goed uit voor het verkeer. |
| 2. |
Tijdens de wedstrijd wordt met de achterliggende kloot het eerst geschoten. De teams blijven
bij elkaar, omdat de achterblijvende kloot telkens het eerst aan de beurt is. Hierdoor ontstaat vanzelf
een wedstrijd. |
| 3. |
Elk team heeft een leider (vooropschieter) die het aantal schoten noteert, zowel van zijn
eigen team, als die van de tegenstander. Onderweg vergelijken de vooropschieters de standen zo vaak als
zij dat nodig achten. |
| 4. |
Raakt de kloot van de weg, dan wordt de afzetplaats bepaald haaks op de lengterichting
van de straat, vanuit het punt waar de kloot is blijven liggen. |
| 5. |
De kloot mag alleen onderarms worden geschoten. |
| 6. |
De kloot moet in voorwaartse richting worden geschoten en dient het punt waar het vorige
schot geëindigd is, gepasseerd te zijn, alvorens het als een geldig schot wordt genoteerd. De lengte van
de aanloop is vrij. |
| 7. |
Indien de kloot tijdens de wedstrijd wordt aangeraakt door de tegenpartij of door een niet
vaststaand aangebracht obstakel behorende aan de tegenpartij mag het schot herhaald worden. Wanneer de
kloot wordt aangeraakt door leden van de eigen partij mag niet worden overgeschoten. Vlaggen en afstandsborden
behoren tot de vaste obstakels. De kloot mag niet worden tegengehouden, ook niet bij het teruglopen van
een helling. |
| 8. |
Bij het afsnijden van bochten dient de kloot tijdens het schot de (verharde) weg te raken
of hierover te gaan (kan ook met het uitrollen). Wordt aan deze voorwaarde niet voldaan, dan wordt het
schot als ongeldig genoteerd en vindt het volgende schot plaats vanaf het vorige ligpunt, echter wel door
de volgende schutter. |
| 9. |
De winnaar van een wedstrijd is de ploeg met het minste aantal schoten. Bij een gelijk
aantal schoten wint de ploeg met het meeste aantal meters over de finish-lijn. |
|